Beeldend Kunstenaar

Judith Kuijpers

Tekst: Ruth de Vos

Het werk van Judith Kuijpers gaat over weven en verweven. Ze onderzoekt de essentie van de eeuwenoude techniek van het weven in hedendaagse materialen en onderwerpen. Door losse elementen samen te brengen en letterlijk met elkaar te verbinden ontstaat er een nieuw beeld en een nieuw verhaal.

De interesse in het weven begon toen een bevriende kunstenaar een aantal schilderijen weg wilde gooien. Judith knipte en scheurde het beschilderde linnen in repen en weefde ze samen met in repen gescheurde schilderdoeken van zichzelf tot nieuwe werken. Door het verscheuren en weven is er niets meer zichtbaar van de oorspronkelijk realistische voorstellingen, wat overblijft zijn kleurvlakken. Het werk gaat over creëren met dat wat er al is, het oude blijft bestaan maar mag nieuwe vormen aannemen.

Aan de keukentafel experimenteert ze met het verknippen en weven van krantenfoto’s. Deze werken zijn vooral een onderzoek naar compositie en beeld en welke rol het toeval daarin kan spelen. In de weefwerken van planten, die ze maakt naar aanleiding van een boekje dat ze kreeg van haar vader, zoekt ze naar hoever de vorm van een plant uit te rekken en te verweven is terwijl deze toch nog herkenbaar blijft als een plant.

Judith heeft een voorkeur voor werken met restmaterialen of dingen die anders weggegooid zouden worden. Oude tuinslangen en brandweerslangen weeft ze in elkaar en spant ze vervolgens op een raamwerk. Het lompe en zware van de slangen staat in contrast met de techniek van het weven die vaak als vrouwelijk gezien wordt. In deze werken gaat de aandacht uit naar het materiaal dat door het vele gebruik verweerd en versleten is. Het worden abstracte beelden die gaan over kleur en vorm en tegelijkertijd het verhaal van materiaal vertellen. Waar is die brandweerslang geweest, welke branden zijn ermee geblust? In andere werken is de techniek van het weven in de betekenis van verweven weer een belangrijk onderdeel van het verhaal. Zoals in de werken waarin Judith foto’s van twee verschillende barbiepoppen, de één wit, de ander donker, door elkaar weeft.

 

Het experiment neemt in het werk van Judith een belangrijke plek in. Zo heeft ze inmiddels allerlei niet voor de hand liggende materialen geweven, waaronder bladeren, bananenschillen, frietjes en bestek. Ze zoekt de grenzen op van het weven en in hoeverre de tussenruimtes opgerekt kunnen worden zonder dat het geweven karakter van het werk verdwijnt. De laatste tijd komt er binnen haar werk ook ruimte voor het gebruik van andere technieken zoals bijvoorbeeld haken.

 

Naast autonome kunst maakt Judith regelmatig werk in opdracht. Ook hier werkt ze graag met al bestaande, gekregen materialen. Voor verschillende congregaties weefde ze, met de spullen van overleden zusters, hun verhalen aan elkaar zodat deze bewaard blijven.